Einde partneralimentatie bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen

Einde partneralimentatie bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen

Veel mensen weten dat de verplichting tot betalen van partneralimentatie eindigt als de ex-partner, die partneralimentatie ontvangt, gaat samenwonen (of gaat trouwen) met een ander. Waarom blijkt het dan toch zo lastig te zijn om van de partneralimentatie af te komen, als je vermoedt dat je ex-partner samenwoont met een ander?

Door samenwonen of trouwen eindigt de partneralimentatie

De wet bepaalt dat de verplichting tot het betalen van partneralimentatie eindigt als de partij die de partneralimentatie ontvangt in het huwelijk is getreden of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een ander. Ook in het geval de ex-partner die alimentatie ontvangt gaat samenwonen, eindigt de verplichting om partneralimentatie te betalen.

In het geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn er zelden procedures nodig om de alimentatie te (laten) eindigen. Via de gemeente kan een advocaat eenvoudig de burgerlijke staat van een partij achterhalen, waardoor verdere discussie achterwege kan blijven. 

Moeilijker ligt het als de alimentatie ontvangende ex-partner is gaan samenwonen. De Hoge Raad hanteert een strenge maatstaf voor het begrip samenwonen, omdat het recht op partneralimentatie definitief eindigt, indien vast komt te staan dat de ex-partner die alimentatie ontvangt, is gaan samenwonen. Gaat de nieuwe relatie over, dan kan de ex-partner niet opnieuw aankloppen bij de vorige ex-echtgenoot voor alimentatie. Dat geldt overigens ook wanneer de partneralimentatieverplichting is geëindigd door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap.

Criteria voor samenwonen

Voor een bevestigende beantwoording van de vraag of sprake is (geweest) van een samenwoning in de zin van de wet moet voldaan zijn aan vijf criteria. Tussen de alimentatiegerechtigde en zijn/haar partner bestaat (1) een affectieve relatie, die (2) van duurzame aard is en die (3) meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, (4) met elkaar samenwonen en (5) een gemeenschappelijke huishouding voeren.

De alimentatiebetaler moet stellen en zo nodig bewijzen, dat aan al deze criteria is voldaan. Dit blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig te zijn.

Latrelatie

Recent heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan, waaruit blijkt dat het inschakelen van een recherchebureau door de alimentatieplichtige partij een goede zet is geweest.

De man betaalde partneralimentatie aan zijn ex-vrouw. De vrouw heeft inmiddels een affectieve relatie met een ander, dat stond niet ter discussie. De man was van mening dat zijn ex-vrouw inmiddels was gaan samenwonen met die ander. De vrouw heeft zich verweerd door te stellen dat sprake was van een latrelatie. Zowel zij als haar partner hebben beiden een huis en verblijven ook afzonderlijk van elkaar in die woningen. Er is dus volgens de vrouw geen sprake van samenwonen.

Wat zegt het gerechtshof?

Het feit dat de vrouw heeft gekozen voor een latrelatie is rechtens te respecteren, zelfs als die latrelatie is aangegaan louter ter behoud van partneralimentatie. Ondanks die vaststelling heeft het gerechtshof in deze zaak toch geoordeeld dat wel degelijk sprake was van samenwonen. De belangrijkste aanwijzingen hiervoor zijn:

  • de vrouw en haar huidige partner brachten zeer veel tijd samen in één van hun woningen door, minimaal 59%. De man heeft dit onderbouwd met observaties van het door de man ingeschakelde recherchebureau, de eigen ingebrachte observatieverslagen en WhatsApp-berichten tussen partijen;
  • de vrouw en haar partner konden in elkaars woning binnenkomen en hadden bij beide woningen elk een fiets;
  • de vrouw en haar partner verbleven in het huis van de ander wanneer de ander niet aanwezig was;
  • de vrouw en haar partner brachten de feestdagen en vakanties samen door en waren samen/hielpen samen bij klussen, tuinieren, onderhoud en huishoudelijke activiteiten van beide woningen;
  • de vrouw en haar partner waren gedurende meerdere periodes samen wanneer één van hen (langdurig) ziek was.

Het gerechtshof kwam tot de slotsom dat de vrouw is gaan samenwonen in de zin van de wet, op grond waarvan de partneralimentatieverplichting is geëindigd. Ook werd de vrouw veroordeeld tot betaling van de kosten van het door de man ingeschakelde recherchebureau.

Conclusie

Bij vermoedens van samenwonen is het dus zeker niet onmogelijk om dit te bewijzen, waarna succesvol verzocht kan worden om de partneralimentatie te beëindigen.

Gerelateerde artikelen